Energietransitie

Onderzoek

Verwachte publicatie: december 2018

Klimaatverandering en de effecten van het gebruik van fossiele brandstoffen worden op alle schaalniveaus gezien als een maatschappelijk probleem. Op Europees niveau zijn in 2010 afspraken gemaakt over de energietransitie. Het streven is dat er in 2020 20% hernieuwbare energie en 20% energiebesparing is bereikt. Deze ambitie is in Nederland vertaald naar een nationaal energieakkoord dat onder regie van de Sociaal Economische Raad (SER) in 2013 door vele partijen, waaronder de provincies, is ondertekend.

In 2015 werd in Parijs een klimaatakkoord gesloten met als doel om de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur  ruim onder 2 graden Celsius te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau en ernaar te blijven streven de stijging te beperken tot 1,5 graad Celsius.  Daarnaast werd afgesproken om snel een eind te maken aan het gebruik van fossiele brandstoffen omdat deze een belangrijke oorzaak zijn van overmatige CO2 uitstoot. Het akkoord is uitgewerkt in de Overeenkomst van Parijs die op 4 november 2016 in werking is getreden. De Overeenkomst van Parijs volgt vanaf 2020 het Kyoto-protocol op. 

Dit onderzoek is een samenwerking tussen alle provinciale Rekenkamers in Nederland. De provinciale Rekenkamers willen met dit gezamenlijke onderzoek in kaart brengen wat de ambities van alle provincies inhouden en op welke wijze er invulling aan wordt gegeven. In aanvulling op dit onderzoek zal de Noordelijke Rekenkamer een afzonderlijk onderzoek uitvoeren naar de (verdeling van de) lusten en de lasten van de energietransitie in de provincies Groningen, Drenthe en Fryslân. Voor dit onderzoek naar de ‘lusten en de lasten’ zal een afzonderlijk onderzoeksplan worden vastgesteld dat na vaststelling op deze website zal worden gepubliceerd.

Wilt u meer lezen over dit onderzoek? Kijk dan bij downloads

 

Beoordeling werkgelegenheidseffecten van projecten

Onderzoek

Verwachte publicatie: mei 2018

Onderzoek naar de raming en toerekening van werkgelegenheidseffecten van structuurversterkende projecten

Het versterken van de regionale economie en het bevorderen van werkgelegenheid is een beleidsdoel waarvoor de drie noordelijke provincies zich al geruime tijd op allerlei manieren inzetten. Zo subsidiëren de provincies infrastructurele projecten die (mede) tot doel hebben banen te creëren. Normaliter wordt voor dergelijke projecten van tevoren een raming van het verwachte aantal arbeidsplaatsen opgesteld. Mede op grond van deze prognose wordt subsidie toegekend. Wanneer het project is afgerond, moet worden vastgesteld of het verwachte aantal banen daadwerkelijk werd gecreëerd.

De Noordelijke Rekenkamer zal voor een aantal structuurversterkende projecten onderzoeken of en hoe geraamd is hoeveel banen er zullen ontstaan als gevolg van de realisatie van dat project. Vragen die daarbij centraal staan zijn: Wie gaf opdracht voor de raming, wie heeft de raming opgesteld, welke veronderstellingen werden daarbij gehanteerd? Is de raming realistisch en deugdelijk? Is tussentijds geëvalueerd en bijgesteld? Is na afronding van het project gecontroleerd of het verwachte aantal arbeidsplaatsen gerealiseerd is? Door wie? Als de prognose niet uitkwam, is daar dan een verklaring voor gegeven? Is duidelijk of het gaat om structurele of tijdelijke, deeltijd of voltijd banen? De Rekenkamer beoogt Statenleden hiermee inzicht te geven in de manieren waarop van te voren en achteraf de werkgelegenheidseffecten van gesubsidieerde projecten worden ingeschat en vastgesteld.

In juni is dit onderzoek van start gegaan.

Wilt u meer lezen over dit onderzoek? Kijk dan bij downloads

 

 

Over de Noordelijke Rekenkamer

De Noordelijke Rekenkamer is een onafhankelijk orgaan dat  de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid onderzoekt van het door de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen gevoerde beleid. 

Neem contact op

Noordelijke Rekenkamer
Dr. Nassaulaan 5
9401 HJ  Assen

0592 30 47 90

Noordelijke Rekenkamer op Twitter