Wij maken gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies van derden, voor het bijhouden van statistieken en het tonen van specifieke content, zoals filmpjes.

Lees hier meer over privacy en het gebruik van cookies.

De Noordelijke Rekenkamer

De Noordelijke Rekenkamer is een onafhankelijk orgaan dat  de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid onderzoekt van het door de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen gevoerde bestuur. Naar aanleiding van de feitelijke bevindingen en de toetsing daarvan aan normen, formuleert de Rekenkamer conclusies en aanbevelingen voor Provinciale Staten (PS) en Gedeputeerde Staten (GS). De Noordelijke Rekenkamer licht die toe waar zinvol en gewenst. De politieke oordeelsvorming is vervolgens aan Provinciale Staten; de Noordelijke Rekenkamer beoordeelt slechts of het gevoerde bestuur van de provincies doelmatig, doeltreffend en rechtmatig  is. Het is vervolgens aan PS en GS om op basis van deze conclusies en aanbevelingen besluiten te nemen. 

De Noordelijke Rekenkamer werkt in de openbaarheid. Ook de inwoners - voor wie de provincies immers werken - worden op die manier geïnformeerd.

Grondslag

Grondslag

De Noordelijke Rekenkamer heeft een wettelijke grondslag. De Provinciewet verplicht elke provincie tot het instellen van een rekenkamer of het organiseren van een rekenkamerfunctie. De provincies Drenthe, Fryslân en Groningen hebben er voor gekozen gezamenlijk een rekenkamer in te stellen. In een door de drie provincies opgestelde Gemeenschappelijke Regeling is de organisatievorm van de Noordelijke Rekenkamer vastgelegd. De Noordelijke Rekenkamer bestaat uit een College; Provinciale Staten van de drie provincies benoemen de leden hiervan, voor de duur van zes jaar. Het College van de rekenkamer krijgt ondersteuning van het eigen Bureau. Het College benoemt de directeur-secretaris daarvan; en deze stelt vervolgens de overige medewerkers (zoals onderzoekers) aan. Daarnaast is een Raad van Advies geïnstalleerd die bestaat uit drie leden van Provinciale Staten per provincie. 

De provincies zijn verplicht om aan de rekenkamer middelen ter beschikking te stellen om haar werk te kunnen uitvoeren. Dit betekent dat de provincies de rekenkamer bekostigen. In de Gemeenschappelijke Regeling Noordelijke Rekenkamer is ook een aantal voorzieningen getroffen waardoor de Rekenkamer haar taken in een onafhankelijke positie kan uitoefenen. In 2016 hebben de provincies een geactualiseerde versie van de Gemeenschappelijke Regeling Noordelijke Rekenkamer vastgesteld. 

De wettelijke taak van de rekenkamer is in de Provinciewet vastgelegd: de rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het provinciebestuur gevoerd bestuur. Dit is nadrukkelijk niet de controle van de jaarrekening. In die zin 'rekent' de rekenkamer niet. 

Doel & missie

Doel en missie

Doel en missie van de Noordelijke Rekenkamer vloeien voort uit haar wettelijke taak. Vanuit de wettelijke taak bezien is het onderzoek van de Noordelijke Rekenkamer een ondersteuning van de controlerende taak van Provinciale Staten. Wettelijk is bepaald dat de provinciale rekenkamer onderzoek doet naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door de provincies gevoerde bestuur. De rekenkamer is een orgaan van de provincie met een onafhankelijke positie.

 

Doel

Het doel van Rekenkamer is om vanuit een onafhankelijke positie Provinciale Staten te ondersteunen in hun kaderstellende (beleidsvormende) en controlerende rol. Dit gebeurt door onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur (dus ook dat van Provinciale Staten zelf - zij zijn immers het hoogste bestuursorgaamn in de provincie) waarbij de vraag naar doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid centraal staat. 

 

Missie

Met onderzoeksrapporten van kwalitatief hoogwaardig niveau wil de Rekenkamer het lerend vermogen bij de provincies ondersteunen. Invalshoek voor onderzoek is de verbetering van het functioneren en presteren van de provincies. Bij de beoordeling van de rechtmatigheid wordt waar nodig bij recht dat is gevormd door de Europese instellingen.

De Noordelijke Rekenkamer wil de provincies niet ‘afrekenen’ op het gevoerde beleid, maar stelt zich ten doel het lerende vermogen van de provincies te vergroten.

De Noordelijke Rekenkamer legt elk jaar verantwoording af door middel van publicatie van het jaarverslag, de jaarrekening en het accountantsrapport.

 

Meer lezen?

NVRR brochure 'Beleid onderzocht door provinciale rekenkamers'

Werkwijze

Werkwijze

De werkwijze van de Noordelijke Rekenkamer is vastgelegd in het onderzoeksprotocol. Daarin is geregeld uit welke onderdelen de onderzoeken bestaan en op welke manier en met wie hierover wordt gecommuniceerd. Hieronder volgt een korte weergave.
 

Onderzoeksprogramma

De Noordelijke Rekenkamer stelt elke twee jaar een onderzoeksprogramma samen. Zij vraagt en krijgt daarvoor suggesties van de Raad van Advies, de drie Provinciale Staten en van burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven. De uiteindelijke keuze van de onderwerpen voor onderzoek wordt gemaakt aan de hand van de criteria die in het onderzoeksprotocol geformuleerd zijn. Op verzoek van één of meer provincie(s) kan de rekenkamer ook onderzoek verrichten dat niet in het onderzoeksprogramma genoemd is. 
 

Oriëntatie op en start van onderzoek

Voorafgaand aan de start van een onderzoek oriënteert de Noordelijke Rekenkamer zich op het onderwerp. De oriëntatiefase wordt afgesloten met een onderzoeksplan. Het College stelt het onderzoeksplan vast. Daarna wordt het onderzoek aangekondigd bij de betrokken provincie(s) en start het onderzoek.
 

Uitvoering onderzoek

Deze fase richt zich op het vinden van antwoorden op de feitelijke vragen uit het onderzoeksplan. De antwoorden worden opgenomen in een Nota van Bevindingen. Hier staan nog geen conclusies en aanbevelingen in. Deze Nota van Bevindingen wordt voorgelegd voor hoor en wederhoor aan de betrokken ambtenaren van de  provincie(s). Het doel is om feitelijke onjuistheden weg te nemen. Indien nodig wordt de tekst aangepast. Vervolgens analyseert en beoordeelt de Noordelijke Rekenkamer de gegevens.
 

Eindrapport en bestuurlijk hoor en wederhoor

De Noordelijke Rekenkamer schrijft daarna het onderzoeksrapport. Dit bevat de onderzoeksvragen, de feitelijke gegevens, de analyse en beoordeling daarvan, conclusies en aanbevelingen. Het onderzoeksrapport wordt voorgelegd aan de betrokken colleges van Gedeputeerde Staten met het verzoek om een bestuurlijke reactie. Deze reactie wordt opgenomen in het eindrapport, eventueel voorzien van een nawoord door de Noordelijke Rekenkamer.
 

Publicatie onderzoeksrapport

Het eindrapport wordt eerst vertrouwelijk gepresenteerd aan Provinciale Staten en daarna openbaar gemaakt (behalve de vertrouwelijke gegevens).

Samenwerking

Samenwerking

De Noordelijke Rekenkamer is lid van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). De NVRR heeft als doel kennis en ervaring tussen rekenkamer(commissie)s uit te wisselen. Door van elkaar te leren kunnen de leden met goed en onafhankelijk onderzoek bijdragen aan de kwaliteit van het openbaar bestuur.

De Noordelijke Rekenkamer neemt actief deel aan de Kring Noord van de NVRR. Aan de activiteiten van Kring Noord wordt ook deelgenomen door lokale rekenkamercommissies in de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. Daarnaast werken we nauw samen met de vier andere provinciale rekenkamers.

Links

Links naar organisaties waarmee de Noordelijke Rekenkamer samenwerkt:

Organisatie

De organisatie bestaat uit het College en het bureau. Het College is verantwoordelijk. De voorbereiding en uitvoering liggen in handen van de medewerkers van het bureau. De Raad van Advies adviseert de Noordelijke Rekenkamer over het onderzoeksprogramma, de begroting en de wijze van communicatie over de onderzoeken. De Raad van Advies heeft negen leden: drie leden van Provinciale Staten van elk van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen.

College

College

Het College van de Noordelijke Rekenkamer bestaat uit drie leden. Zij zijn door Provinciale Staten van de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen benoemd voor een periode van zes jaar. De Collegeleden kunnen eenmaal worden herbenoemd. Het College beslist over de onderwerpen die worden onderzocht en over de publicatie van de rapportages. Het College gaat uit van het principe van collegiaal bestuur. Dat betekent dat de besluiten worden genomen door het College, dus niet door de voorzitter alleen, noch door een ander afzonderlijk collegelid. Elk van de collegeleden is portefeuillehouder voor een deel van de onderzoeken van de Noordelijke Rekenkamer. Het College wordt ondersteund door de vaste medewerkers van het bureau. Er is een directeur, tevens secretaris van het College, die leiding geeft aan dit bureau.

Anne Beukers

Anneke Beukers (Erica, 1955), voorzitter van het College van de Noordelijke Rekenkamer, was sinds 1975 werkzaam in het onderwijs, eerst als docent en daarna in verschillende directiefuncties in Twente. In 2007 ging ze naar BMC en vervulde diverse interim directiefuncties in meerdere onderwijssoorten. In 2011 vervolgde ze haar werkzaamheden vanuit haar eigen zaak en combineerde ze dat met het Statenlidmaatschap in Overijssel (2011-2019). Tegenwoordig bestaat haar werk vooral uit toezichthoudende en bestuurlijke functies. Ze is lid van het gewestelijk bestuur PvdA Overijssel, commissaris bij de sociale werkvoorziening Soweco, bestuurslid bij de Stichting Kunstwegen, Raad van Toezicht lid van Natuur en Milieu Overijssel. Ze heeft een brede belangstelling voor de kerntaken van de provincie.
 

Werk:

  • Voorzitter Noordelijke Rekenkamer
  • Eigenaar AnnekeBeukersAdvies
     

Nevenfuncties:

(bezoldigd)

  • Lid RvT Natuur en Milieu Overijssel


(onbezoldigd)

  • Bestuurslid Consensus Vocalis
  • Bestuurslid stichting "Kunstwegen"
  • Bestuurslid Gewest Overijssel PvdA
  • Adviesraad Recreatief Roeien KNRB
  • Adviesraad "Genius Loci" (op afroep)
image

Dr. Jan van der Bij (1963), lid van het College van de Noordelijke Rekenkamer, studeerde fiscaal recht in Leiden en is gepromoveerd aan de Vrije Universiteit. Hij is in 1993 gepromoveerd op het onderwerp ‘Doelmatigheid en de rijksbegroting’. Hij is werkzaam als clustermanager bij het ministerie van BZK. Daarvoor was hij onder meer plaatsvervangend directeur bij de SER en directeur van het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO). Zijn belangstelling gaat met name uit naar financieel-economische onderwerpen en onderzoeken.
 

Hoofdfunctie:

Clustermanager Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Marko Bos (Goes, 1954) heeft in Groningen algemene economie gestudeerd (met specialisatie openbare financiën). Tussen 1980 en 1986 was hij werkzaam bij de ABN Bank (afdeling Economisch Onderzoek). Vervolgens heeft hij zich bij de Sociaal-Economische Raad (SER) toegelegd op het opstellen van adviezen over sociaal- en financieel-economisch beleid (inclusief duurzaamheid en Europese integratie). Van 2008 tot zijn pensionering in 2020 gaf hij als meewerkend voorman leiding aan de adviesdirectie Economische Zaken. Tevens was hij plaatsvervangend algemeen secretaris van de SER.

Sinds 2016 is hij voorzitter van de rekenkamercommissie Zoetermeer (bezoldigd). Deze bestaat uit drie onafhankelijke (externe) leden en brengt jaarlijks vier tot vijf rapporten uit. Voorts schrijft hij regelmatig (onbezoldigd) over Europese integratie in de nieuwsbrief ‘Brussels Peil’. Eenmaal per jaar treedt hij op als docent ‘Budgettaire kaders van het EU-beleid’ in de cursus van Wageningen Academy over EU-beleid voor landbouw, voedsel en groen (bezoldigd).

Raad van Advies

Raad van Advies

De Raad van Advies is samengesteld uit een afvaardiging van Statenleden uit de drie Noordelijke provincies. De voornaamste taak van de Raad van Advies is het doen van suggesties ten behoeve van het onderzoeksprogramma. Ook adviseren de leden van de Raad van Advies over de begroting en de wijze van publiceren van rapporten. Van elke deelnemende provincie hebben de Staten drie leden uit hun midden aangewezen als lid van de Raad van Advies. De samenstelling is als volgt:

Drenthe

  • de heer J.J. Moes (VVD)
  • mevrouw G.J. Dikkers (SP)
  • de heer N.A. Uppelschoten (PVV)

Fryslân

  • de heer A.D. Aalberts (CDA)
  • mevrouw H.A.M. Janssen (Pvda)
  • de heer W. de Vries (ChristenUnie)

Groningen

  • de heer H.H. Hensen (SP)
  • de heer L.E.J. van der Laan (Partij voor het Noorden)
  • de heer M.K.R. Miesen (VVD), voorzitter